Het 3-fase voedingsnet, dat ook wel krachtstroom wordt genoemd, werkt met een spanning van 400V. Dit zit als volgt in elkaar:
• Tussen een van de fasen (L1, L2 of L3) en de nul (N) meet je een spanning van 230V. Dit noemen we de fasespanning.
• Tussen twee fasen (bijvoorbeeld L1 en L2) meet je een spanning van 400V. Dit wordt de lijnspanning genoemd.
Aansluiten van een 230/400V motor:
•De 230V is de fasespanning, wat betekent dat deze spanning over elke spoel van de motor moet gaan.
• De 400V is de lijnspanning, wat de spanning is tussen twee fasen van het elektriciteitsnet.
Kiezen van de juiste aansluiting (ster of driehoek):
• Als je een 230/400V motor hebt, is de spoelspanning 230V, en daarom moet de motor in sterverbinding (Y) worden aangesloten bij een 400V-netspanning.
• In de sterverbinding wordt de spanning over de spoelen verdeeld, zodat elke spoel slechts 230V krijgt, wat overeenkomt met de spanning waarvoor de motor is ontworpen.
Aansluiten in ster:
• In de klemmenkast van de motor bevinden zich aansluitpunten voor de drie fasen (L1, L2, L3) en de nul (N).
• Verbind de klemmen van de motor zoals volgt:
o W2 naar U2
o U2 naar V2
Aansluiten van een 400/690V motor:
• De 400V is de fasespanning en is bedoeld voor de spoelen van de motor.
• De 690V is de lijnspanning die nodig zou zijn in een grotere netconfiguratie.
Kiezen van de juiste aansluiting (ster of driehoek)
• Omdat de spoelen van een 400/690V motor ontworpen zijn voor 400V, moet je de motor in driehoekverbinding (Δ) aansluiten bij een netspanning van 400V.
• In de driehoekverbinding krijgen de spoelen de volledige lijnspanning (400V), en de motor kan op zijn optimale spanning werken.
Aansluiten in driehoek
• In de klemmenkast van de motor vind je ook de aansluitingen voor de drie fasen (L1, L2, L3).
• Verbind de klemmen van de motor zoals volgt:
o Verbind de fasen direct aan elkaar in een driehoekvorm:
U1 naar L1
V1 naar L2
W1 naar L3
Hieronder kunt u de afmetingen vinden van de diverse elektromotoren in de verschillende bouwgroottes: